ALGEMENE VOORWAARDEN STICHTING EUROPEES ISLAMITISCH UITVAARTFONDS


ARTIKEL 1. | DEFINITIES

Voor zover uit de aard of strekking van de onderhavige bepalingen niet anders voortvloeit, worden de volgende termen in deze algemene voorwaarden, in de navolgende betekenis gebruikt.

1.   De Stichting: Stichting Europees Islamitisch Uitvaartfonds, de gebruiker van deze algemene voorwaarden, gevestigd te Amsterdam, ingeschreven in het Handelsregister onder KvK-nummer 34263683.

2.   Wederpartij: de natuurlijke of rechtspersoon met wie De Stichting een overeenkomst heeft gesloten of beoogt te sluiten.

3.   Consument: de wederpartij als bedoeld in het vorige lid die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

4.   Overeenkomst: iedere tussen de wederpartij en De Stichting tot stand gekomen overeenkomst, waaronder begrepen kan zijn, de overeenkomst ter zake deelname aan het uitvaartfonds, de uitvoering van uitvaartdiensten, al dan niet op grond van het uitvaartfonds, en/of een huurovereenkomst.

5.   Huurovereenkomst: iedere tussen de wederpartij en De Stichting tot stand gekomen overeenkomst ter zake de verhuur van roerende zaken.

6.   Gehuurde: de zaak of zaken ten aanzien waarvan de wederpartij in het kader van een huurovereenkomst het gebruiksrecht verkrijgt.

7.   Uitvaart/diensten: de dienstverlening waartoe De Stichting zich in het kader van de overeenkomst ter zake de uitvoering van uitvaardiensten heeft verbonden.

8.   Schriftelijk: zowel traditionele schriftelijke communicatie als communicatie per e-mail.

ARTIKEL 2. | ALGEMENE BEPALINGEN

1.   Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op elk aanbod van De Stichting en iedere tot stand gekomen overeenkomst.

2.   Deze algemene voorwaarden zijn eveneens van toepassing op overeenkomsten voor de uitvoering waarvan derden dienen te worden betrokken.

3.   De toepasselijkheid van de algemene of andersluidende voorwaarden van de wederpartij wordt uitdrukkelijk van de hand gewezen.

4.   Van het bepaalde in deze algemene voorwaarden kan uitsluitend uitdrukkelijk en schriftelijk worden afgeweken. Indien en voor zover hetgeen partijen uitdrukkelijk schriftelijk zijn overeengekomen, afwijkt van het bepaalde in deze algemene voorwaarden, geldt hetgeen partijen uitdrukkelijk schriftelijk zijn overeengekomen.

5.   Vernietiging of nietigheid van één of meer der onderhavige bepalingen laat de geldigheid van de overige bedingen onverlet. In een voorkomend geval zijn partijen verplicht in onderling overleg te treden teneinde een vervangende regeling te treffen ten aanzien van het aangetaste beding. Daarbij wordt zoveel mogelijk het doel en de strekking van de oorspronkelijke bepaling in acht genomen.

ARTIKEL 3. | AANBOD EN TOTSTANDKOMING VAN DE OVEREENKOMST

1.   Tenzij daarin een termijn voor aanvaarding is vermeld, is elk aanbod van De Stichting vrijblijvend.

2.   Kennelijke fouten en vergissingen in het aanbod van De Stichting, binden hem niet.

3.   Aan een aanbod van De Stichting dat gebaseerd is op door de wederpartij onjuist of onvolledig verstrekte gegevens, kan de wederpartij geen rechten ontlenen.

4.   De overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. Indien de aanvaarding van de wederpartij afwijkt van het aanbod van De Stichting, komt de overeenkomst niet conform deze afwijkende aanvaarding tot stand, tenzij De Stichting anders aangeeft. Indien de overeenkomst middels een inschrijfformulier op de website van De Stichting wordt gesloten, komt de overeenkomst niet eerder tot stand dan op het moment dat De Stichting de aanmelding langs elektronische weg heeft bevestigd. Als voorwaarde voor totstandkoming van de overeenkomst is De Stichting gerechtigd een (kopie van een) geldig legitimatiebewijs van de wederpartij te verlangen.

5.   Een samengestelde prijsopgave verplicht De Stichting niet tot nakoming van een gedeelte van het aanbod tegen een overeenkomstig deel van de opgegeven prijs.

ARTIKEL 4. | RECHT VAN ONTBINDING VOOR CONSUMENTEN

1.   De consument die de overeenkomst middels een online inschrijfformulier op de website aangaat (hierna aangeduid als “overeenkomst op afstand”), heeft gedurende 14 dagen na totstandkoming van de overeenkomst op afstand het wettelijke recht de overeenkomst op afstand zonder opgave van redenen te ontbinden, voor zover de volgende leden van dit artikel dit recht niet uitsluiten.

2.   De consument die gebruik maakt van het recht van ontbinding, kan de overeenkomst op afstand ontbinden door daartoe per e-mail of door gebruikmaking van het door De Stichting aangeboden modelformulier voor herroeping, een verzoek in te dienen bij De Stichting. Zo spoedig mogelijk nadat De Stichting in kennis is gesteld van het voornemen van de consument om de overeenkomst op afstand te ontbinden en indien is voldaan aan de voorwaarden van dit artikel, zal De Stichting de ontbinding per e-mail bevestigen.

3.   Nakoming van de overeenkomst op afstand geschiedt tijdens de ontbindingstermijn slechts op uitdrukkelijk verzoek van de consument.

4.   Bij uitoefening van het recht van ontbinding na een verzoek overeenkomstig het vorige lid, is de consument De Stichting een bedrag verschuldigd dat evenredig is aan dat gedeelte van de verbintenis dat door De Stichting is nagekomen op het moment van uitoefening van het recht van ontbinding, vergeleken met de volledige nakoming van de verbintenis.

5.   De consument heeft geen recht van ontbinding na nakoming van de overeenkomst op afstand, indien:

a)   de nakoming is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande

instemming van de consument; en

b)   de consument heeft verklaard afstand te doen van zijn recht van ontbinding zodra De Stichting de overeenkomst op afstand is nagekomen.

ARTIKEL 5.| UITVAARTFONDS

Definities

In dit artikel worden de volgende termen in de navolgende betekenis gebruikt.

a)   Fondslidmaatschap: iedere tussen de wederpartij en De Stichting tot stand gekomen overeenkomst, waarmee De Stichting zich, tegen een per maand, per kwartaal of per jaar te betalen bijdrage, heeft verbonden tot het verzorgen van de uitvaart van de overledene onder de opschortende voorwaarde dat het lid is komen te overlijden.

b)   Overledene: de persoon te wiens behoeve de uitvaart wordt verzorgd, lid in de zin van het volgende artikellid.

c)    Lid: de natuurlijke persoon die vóór zijn overlijden onder de dekking van het uitvaartfonds valt;

d)   Nabestaande: de persoon die als nabestaande in de zin van lid 10 aanspraak maakt op uitvoering van de uitvaart door of namens De Stichting, dan wel uitkering van de geldsom als bedoeld in lid 9.

e)   Bijdrage: de gelden die leden betalen in de vorm van donaties, die niet restitueerbaar zijn.

Gedekte personen

1.   De Stichting kent verschillende pakketten om zijn leden te dekken tegen de kosten van hun uitvaart, of in geval het pakket daarin voorziet, in de uitvaart van de gezinsleden van het lid. Behoudens het bepaalde in lid 9, maakt de nabestaande aanspraak op uitvaartverzorging ten aanzien van de overledene, overeenkomstig het bepaalde in lid 8.

2.   Als lid wordt aangemerkt de natuurlijke persoon die als zodanig uitdrukkelijk door de wederpartij voor het uitvaartfonds wordt aangemeld. In geval van een “Pakket Single” is dit uitsluitend de eerstbedoelde persoon.

3.   Als lid wordt in geval van een “Gezinspakket” of “Gezinspakket Extra” tevens aangemerkt de partner en thuiswonende minderjarige kinderen van de natuurlijke persoon die als zodanig uitdrukkelijk door de wederpartij voor het uitvaartfonds is aangemeld. Als partner en thuiswonende kinderen worden aangemerkt personen die vóór hun overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren met de natuurlijke persoon die als zodanig uitdrukkelijk door de wederpartij voor het uitvaartfonds is aangemeld.

4.   Ten aanzien van overleden personen die niet als lid in de zin van deze algemene voorwaarden kunnen worden aangemerkt, wordt geen aanspraak op vergoeding uit het uitvaartfonds gemaakt. Voorts wordt als lid niet (langer) aangemerkt thuiswonende kinderen die de leeftijd van 22 jaar hebben bereikt. Thuiswonende kinderen die ten tijde van hun overlijden de leeftijd van 18 jaren wel, maar de leeftijd van 22 jaren nog niet hadden bereikt, worden niet automatisch als lid aangemerkt. Dit is uitsluitend het geval wanneer deze personen vóór hun overlijden uitdrukkelijk door de wederpartij zijn aangemeld en deze aanmelding door De Stichting is bevestigd. Per kind in deze leeftijdscategorie is de wederpartij extra bijdrage verschuldigd.

5.   De rechten en verplichtingen van de wederpartij en leden krachtens de overeenkomst en deze algemene voorwaarden zijn nimmer overdraagbaar aan derden.

Uitsluitingen

6.   De wederpartij dient uiterlijk bij het aangaan van de overeenkomst mededeling te doen aan De Stichting van alle feiten en omstandigheden die voor De Stichting redelijkerwijs van belang zijn voor het verantwoord aangaan van de overeenkomst. Indien De Stichting bij de aanmelding vraagt om gegevens omtrent de staat van de gezondheid van de leden of andere informatie, staat de wederpartij ervoor in dat deze informatie volledig en naar waarheid wordt verstrekt, bij gebreke waarvan de dekking uit het uitvaartfonds komt te vervallen of naar redelijkheid wordt beperkt, tenzij de tekortkoming in de nakoming van de informatieverplichtingen van de wederpartij van dusdanig geringe betekenis is dat dit het vervallen of beperken van de dekking niet rechtvaardigt.

7.   In elk geval vervalt de dekking indien de wederpartij bij het aangaan van de overeenkomst wist dat het overlijden van het lid zou intreden binnen 10 jaar na het sluiten van het Fondslidmaatschap of door bijzondere omstandigheden aangaande de persoon van het lid, bij het aangaan van de overeenkomst de aanmerkelijke kans bestond dat het overlijden van het lid zou intreden binnen 10 jaar na het sluiten van het Fondslidmaatschap, een en ander tenzij De Stichting hiervan ten tijde van het aangaan van het Fondslidmaatschap door mededelingen van de wederpartij op de hoogte was en de overeenkomst desondanks is aangegaan.

Diensten

8.   Komt het lid te overlijden, dan maken zijn nabestaanden aanspraak op uitvoering van de volgende diensten:

§  ophalen van de overledene uit zijn huis of het ziekenhuis, en;

§  gereedmaken van alle documenten bij verschillende

instanties, zoals ziekenhuizen, gemeenten, ambassades en

vliegvelden, en;

§  de overledene bewaren in de koelingsruimte van De Stichting

in de moskee, en;

§  het bewassen en wikkelen van de overledene volgens de

Soennah, en;

§  het overbrengen naar de door de nabestaande gewenste

moskee voor het dodengebed, en;

§  de repatriëring naar het land van herkomst, indien mogelijk en

overeengekomen of in geval van begraven in Nederland: keuze voor een graf voor (on)bepaalde tijd overeenkomstig de keuze van de nabestaanden. Repatriëring naar het land van herkomst is nu nog alleen ten behoeve van leden uitsluitend mogelijk voor Somaliërs. Mits het juridisch en praktisch mogelijk is voor De Stichting om te kunnen repatriëren. Indien het niet mogelijk is voor De Stichting om te repatriëren, dan keert De Stichting uit conform artikel 5 lid 9 van deze algemene voorwaarden, begraaft in een andere land of (on)bepaalde tijd begraven in Nederland.

9.   In afwijking van het vorige lid geldt dat indien het lid in het buitenland komt te overlijden, de nabestaande aanspraak maakt op uitkering van een geldsom. Voor leden tot 12 jaar is het een geldsom van €1.000,- en voor leden vanaf 12 jaar is het een geldsom van €2.500,-.

10.          In geval van overlijden van het lid maakt de nabestaande aanspraak op de uitvaart, dan wel de geldsom als bedoeld in het vorige lid. Als nabestaande wordt uitsluitend aangemerkt de persoon die in de meest dichtstbijzijnde graad van bloedverwantschap tot de overledene staat. In geval dit meerdere personen zijn, geldt de persoon die zich als eerst als contactpersoon meldt bij De Stichting. De nabestaande kan derden machtigen om aanspraak te maken op vergoeding uit het uitvaartfonds. Heeft de overledene geen nabestaanden in bloedverwantschap, dan kunnen tevens vrienden en kennissen van de overledene een beroep op het uitvaartfonds doen.

11.          Onder de dekking van het Fondslidmaatschap valt uitsluitend de uitvoering van diensten die uitdrukkelijk in het aanbod zijn vermeld.

12.          De Stichting verbindt zich ertoe de uitvaart naar beste naar beste inzicht en vermogen uit te (doen) voeren. De Stichting verbindt zich echter uitsluitend tot een inspanningsverbintenis en kan nimmer instaan voor de resultaten die met de uitvoering van de uitvaart beoogd werden te behalen.

Betalingsverzuim

13.          De dekking vervalt herroepelijk indien de wederpartij in gebreke is met betaling van de bijdrage. De dekking wordt de volgende werkdag herstelt nadat de achterstallige bijdrage en eventuele kosten als bedoeld in het vervolg van dit lid volledig zijn voldaan. Vorenstaande laat de verplichting van de wederpartij tot tijdige betaling van de bijdrage onverlet. In geval tijdige betaling van een termijn achterwege blijft, treedt het verzuim van de wederpartij van rechtswege in en is de wederpartij de ten tijde van het verzuim geldende wettelijke rente verschuldigd en is De Stichting binnen het kader van de wettelijke mogelijkheden gerechtigd de vordering binnen en buiten rechte af te dwingen. De extra kosten, zoals (buiten)gerechtelijke en executiekosten die met het verkrijging van verschuldigde bijdrage gepaard gaan, komen voor rekening van de wederpartij. De dekking wordt niet eerder herstelt dan nadat de achterstallige bijdrage en eventuele kosten als bedoeld in dit lid volledig zijn voldaan.

Opzegging

14.          Het Fondslidmaatschap wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan door de wederpartij worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van een maand. Opzegging dient schriftelijk te geschieden. Eindigen van de overeenkomst na opzegging doet de dekking onherroepelijk vervallen.

15.          Het vervallen van de dekking geeft nimmer recht op restitutie van reeds betaalde bijdrages of kwijtschelding van nog verschuldigde bijdrages.

ARTIKEL 6. | UITVAART UIT ANDERE HOOFDE DAN HET UITVAARTFONDS

1.   Concrete diensten kunnen door de wederpartij los worden ingekocht. Het aanbod van De Stichting bevat een nauwkeurige opgave van de prijsfactoren.

2.   In geval van gehele of gedeeltelijke annulering van de diensten als bedoeld in lid 1, dient de wederpartij De Stichting daarvan schriftelijk in kennis te stellen en is zij gehouden aan De Stichting alle met het oog op de uitvoering van de overeenkomst redelijkerwijs gemaakte en nog te maken onkosten te vergoeden, één en ander onverminderd het recht van De Stichting vergoeding te vorderen wegens winstderving, alsmede van de overige uit de annulering voortvloeiende schade voor zover de wet daaraan niet dwingend in de weg staat.

3.   Indien na totstandkoming van de overeenkomst als bedoeld in dit artikel blijkt dat het voor een behoorlijke afronding daarvan noodzakelijk is om de overeenkomst te wijzigen of aan te vullen, dan zullen partijen tijdig en in onderling overleg tot aanpassing van de overeenkomst overgaan. Indien de aard, omvang of inhoud van de overeenkomst in kwalitatief en/of kwantitatief opzicht wordt gewijzigd, kan dit gevolgen hebben voor hetgeen oorspronkelijk werd overeengekomen. Daardoor kan de oorspronkelijk overeengekomen prijs worden verhoogd of verlaagd. De Stichting zal daarvan zoveel mogelijk vooraf prijsopgaaf doen.

4.   In geval van door de wederpartij gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomene, komen de hiermee in verband staande extra kosten voor rekening van de wederpartij. De Stichting zal de wederpartij tijdig informeren over de noodzaak de hier bedoelde kosten door te berekenen, tenzij de wederpartij deze noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen.

5.   Door een wijziging van de overeenkomst kan de oorspronkelijk opgegeven termijn van uitvoering worden gewijzigd. De wederpartij aanvaardt de mogelijkheid van wijziging van de overeenkomst, daaronder begrepen de wijziging in prijs en termijn van uitvoering. Indien de overeenkomst wordt gewijzigd of aangevuld, dan is De Stichting gerechtigd om daaraan pas uitvoering te geven nadat de wederpartij akkoord is gegaan met de aangepaste prijs en andere voorwaarden, daaronder begrepen het te bepalen tijdstip waarop uitvoering aan de overeenkomst gegeven zal worden. Het niet of niet onmiddellijk uitvoeren van de gewijzigde overeenkomst levert evenmin een tekortkoming van De Stichting op en is voor de wederpartij geen grond om de overeenkomst te ontbinden.

6.   Indien na het sluiten van de overeenkomst kostprijsverhogende omstandigheden ontstaan of aan het licht komen, welke op grond van door haar onjuist verstrekte gegevens, toegerekend kunnen worden aan de wederpartij, komen de extra kosten voor haar rekening, tenzij De Stichting de onjuistheid van de door de wederpartij verstrekte gegevens, vóór vaststelling van de prijs had behoren te ontdekken. De Stichting zal de wederpartij tijdig informeren over de noodzaak de hier bedoelde kosten door te berekenen.

7.   Zonder daarmee in gebreke te komen, kan De Stichting een verzoek tot wijziging van de overeenkomst weigeren indien nakoming van de gewijzigde overeenkomst in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd.

8.   Overeenkomsten die strekken tot meerwerk vinden, behoudens het bepaalde in het overige van dit artikel, plaats in overleg en worden zoveel mogelijk schriftelijk vastgelegd.

ARTIKEL 7. | ALGEMENE VERPLICHTINGEN VAN DE NABESTAANDE C.Q.
WEDERPARTIJ

1.   Indien en voor zover dit voor een behoorlijke opzet en/of uitvoering van de uitvaart benodigd is, is de nabestaande c.q. wederpartij, al dan niet op verlangen van De Stichting, steeds gehouden zo spoedig als voor de uitvoering van de uitvaart is vereist, alle informatie en zaken, waaronder documenten en gegevens(bestanden) aan De Stichting ter beschikking te stellen, op de door hem voorgeschreven wijze. Voorts dient de nabestaande c.q. wederpartij De Stichting steeds alle voor de uitvoering van de uitvaart vereiste medewerking te verlenen. De nabestaande c.q. wederpartij neemt alle redelijke maatregelen om de uitvoering van de uitvaart te optimaliseren.

2.   De nabestaande c.q. wederpartij is gehouden De Stichting zo spoedig mogelijk mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden die zich al dan niet na aanvang van de uitvaart openbaren en waarvan redelijkerwijs kenbaar is dat die feiten of omstandigheden van invloed zijn op de tijdige en/of deugdelijke uitvoering van de uitvaart.

3.   Indien de nabestaande c.q. wederpartij zijn c.q. haar verplichtingen uit de voorgaande leden niet tijdig of deugdelijk nakomt, is De Stichting, onverminderd het bepaalde in het overige van deze algemene voorwaarden, gerechtigd de uitvoering van de overeenkomst op te schorten en eventuele vertragings- en wachturen, alsmede de daarmee in verband staande extra te maken kosten aan de nabestaande c.q. wederpartij door te berekenen.

ARTIKEL 8. | HUUROVEREENKOMSTEN: LEVERING EN TERUGLEVERING
VAN HET GEHUURDE

1.   Tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen, staat het gehuurde uiterlijk op de dag van aanvang van de huur op een door De Stichting aangewezen locatie voor afhalen ter beschikking van de wederpartij.

2.   Indien overeengekomen is dat het gehuurde vóór of bij aanvang van de huur op locatie van de wederpartij wordt afgeleverd, dient de wederpartij ervoor zorg te dragen dat op het overeengekomen tijdstip en het afleveradres een persoon aanwezig is die bevoegd is het gehuurde in ontvangst te nemen en, voor zover relevant, dat deze persoon meehelpt met het uitladen van het gehuurde. Op verzoek van De Stichting dient deze persoon zich te legitimeren. Indien op de overeengekomen plaats en het overeengekomen tijdstip niemand namens de wederpartij aanwezig is, is De Stichting gerechtigd het gehuurde mee terug te nemen en de transportkosten bij de wederpartij in rekening te brengen, onverminderd de verplichting van de wederpartij tot voldoening van de volledige overeengekomen huurprijs.

3.   Tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen, dient de wederpartij het gehuurde uiterlijk op de dag dat de huur eindigt, op locatie van De Stichting weer ter beschikking van De Stichting te stellen.

4.   Indien overeengekomen is dat het gehuurde na afloop van de huur door of namens De Stichting wordt opgehaald, dient het gehuurde op de overeengekomen locatie tijdig klaar te staan om te kunnen worden meegenomen. Indien het gehuurde niet op de overeengekomen plaats en/of het overeengekomen tijdstip kan worden opgehaald, is De Stichting gerechtigd de daarmee gepaard gaande reiskosten aan de wederpartij in rekening te brengen.

ARTIKEL 8A. | HUUROVEREENKOMSTEN: INHOUD VAN DE
HUUROVEREENKOMST

1.   De wederpartij verklaart het gehuurde in de staat te hebben ontvangen als waarin het gehuurde is geleverd. Indien de staat van het gehuurde schriftelijk of door middel van foto's is vastgelegd, verklaart de wederpartij dat zij het gehuurde conform deze beschrijving c.q. foto's heeft ontvangen.

2.   De wederpartij zal als een goed wederpartij voor het gehuurde zorgdragen. De wederpartij dient het gehuurde te gebruiken in overeenstemming met de bestemming van het gehuurde.

3.   Behoudens normale slijtage, dient de wederpartij het gehuurde, gedurende de periode dat het gehuurde haar ter beschikking staat, in dezelfde staat te houden als waarin het gehuurde aan haar is geleverd.

4.   Indien De Stichting aan de wederpartij omtrent het gebruik van het gehuurde aanwijzingen verstrekt, is de wederpartij gehouden deze aanwijzingen op te volgen.

5.   Het is de wederpartij, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Stichting, niet toegestaan het gehuurde onder te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen van derden.

6.   Beschadiging, vermissing, verduistering, diefstal en het verloren gaan van het gehuurde dient na ontdekking daarvan onverwijld aan De Stichting te worden medegedeeld.

7.   Totdat het gehuurde na afloop van de huur feitelijk ter beschikking is gesteld van De Stichting, komt alle risico van verlies en beschadiging van het gehuurde voor rekening van de wederpartij, ook voor zover het gehuurde zich, al dan niet met toestemming als bedoeld in lid 5, feitelijk geheel of gedeeltelijk in de macht van een derde mocht bevinden.

8.   Gehele of gedeeltelijke afstand of overdracht van gebruik van het gehuurde om niet of onder bezwarende titel, of anderszins, is niet toegestaan. Onverminderd het bepaalde in de vorige zin, draagt de wederpartij in de verhouding tot De Stichting in elk geval de verantwoording en het risico voor gedragingen van diegene(n) aan wie de wederpartij de feitelijke macht over het gehuurde geheel of gedeeltelijk, voor kortere of langere tijd, mocht hebben overgedragen of overgelaten.

9.   De kosten van onderhoud en herstel tijdens de looptijd van de overeenkomst, uit welke hoofde ook nodig of veroorzaakt, komen voor rekening van de wederpartij.

10.          De Stichting is gerechtigd in overleg controle op het onderhoud van gehuurde uit te (doen) oefenen.

ARTIKEL 8B. | HUUROVEREENKOMSTEN: DUUR VAN DE OVEREENKOMST

1.   Indien de duur van de huurovereenkomst niet uitdrukkelijk is overeengekomen, wordt de huurovereenkomst geacht voor onbepaalde tijd te zijn aangegaan.

2.   Een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd eindigt door opzegging met inachtneming van een opzegtermijn van zeven dagen. Een huurovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt door verstrijken van die bepaalde tijd.

3.   Indien het gehuurde niet tijdig weer ter beschikking van De Stichting wordt gesteld, is De Stichting gerechtigd een aanvullende huurprijs naar rato van de vertraging aan de wederpartij door te berekenen, onverminderd het recht van De Stichting om volledige schadevergoeding te vorderen.

ARTIKEL 8C. | HUUROVEREENKOMSTEN: AANSPRAKELIJKHEID VAN DE
WEDERPARTIJ

1.   De wederpartij is tot aan het moment dat het gehuurde weer door De Stichting in ontvangst is genomen, aansprakelijk voor alle schade aan het gehuurde, waaronder mede begrepen schade door verlies, vermissing, verduistering, diefstal en vervreemding van het gehuurde.

2.   Indien het gehuurde, behoudens normale slijtage, in een mindere staat wordt teruggeleverd dan waarin het bij aanvang van de huur ter beschikking is gesteld van de wederpartij, is de wederpartij aansprakelijk voor alle door De Stichting gemaakte reparatie- en/of reinigingskosten, onverminderd het recht van De Stichting om winstderving te vorderen.

3.   De wederpartij vrijwaart De Stichting van alle aanspraken van derden, van welke aard dan ook, die verband houden met het gebruik van het gehuurde. De wederpartij is verplicht alle redelijke kosten van verweer tegen dergelijke aanspraken te vergoeden.

4.   Bij verlies, vermissing, vervreemding, diefstal of verduistering van het gehuurde is de wederpartij verplicht de dagwaarde van het gehuurde te vergoeden, onverminderd de overige aan De Stichting toekomende wettelijke rechten.

5.   De eventueel door de wederpartij betaalde borgsom zal worden verrekend met de vorderingen van De Stichting op de wederpartij.

ARTIKEL 9. | DERDEN EN TERMIJNEN

1.   De Stichting is steeds bevoegd de uitvoering van de overeenkomst geheel of gedeeltelijk over te laten aan derden. De toepasselijkheid van de artikelen 7:404 en 7:407 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek is uitgesloten.

2.   Alle vermelde uitvoerings- en (op)leveringstermijnen betreffen, voor zover uit de aard of strekking van de verbintenis niet anders voortvloeit, te allen tijde indicatieve, niet-fatale termijnen. Het verzuim van De Stichting treedt niet eerder in dan nadat de wederpartij De Stichting schriftelijk in gebreke heeft gesteld, in welke ingebrekestelling zij De Stichting een redelijke termijn stelt waarbinnen de overeenkomst alsnog kan worden nagekomen en de nakoming na het verstrijken van de laatstbedoelde termijn nog steeds is uitgebleven.

3.   Uitvoerings- en (op)leveringstermijnen vangen niet eerder aan dan nadat De Stichting alle voor de uitvoering van de overeenkomst benodigde gegevens van de wederpartij heeft ontvangen.

ARTIKEL 10. | OPSCHORTING EN ONTBINDING

1.   De Stichting is, indien de omstandigheden dat rechtvaardigen, bevoegd de uitvoering van de overeenkomst op te schorten of de overeenkomst met directe ingang geheel of gedeeltelijk te ontbinden, indien en voor zover de wederpartij de verplichtingen uit de overeenkomst of deze algemene voorwaarden niet, niet tijdig of niet volledig nakomt, dan wel na het sluiten van de overeenkomst De Stichting ter kennis gekomen omstandigheden goede grond geven te vrezen dat de wederpartij haar verplichtingen niet zal nakomen.

2.   Voorts is De Stichting gerechtigd de overeenkomst te ontbinden indien zich omstandigheden voordoen welke van dien aard zijn dat nakoming van de overeenkomst onmogelijk is of ongewijzigde instandhouding daarvan in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd.

3.   De wederpartij maakt nimmer aanspraak op enige vorm van schadevergoeding in verband met het door De Stichting op grond van dit artikel uitgeoefende opschortings- of ontbindingsrecht.

4.   Voor zover dit haar kan worden toegerekend, is de wederpartij verplicht de schade die De Stichting ten gevolg van de opschorting of ontbinding van de overeenkomst lijdt, te vergoeden.

5.   Indien en voor zover De Stichting de overeenkomst op grond van dit artikel ontbindt, zijn alle vorderingen op de wederpartij terstond opeisbaar.

ARTIKEL 11. | BETALINGEN

1.   Tenzij anders is vermeld, dienen bijdragebetalingen voor het uitvaartfonds te geschieden middels automatische incasso.

2.   Betalingen middels overboeking dienen te geschieden binnen 14 dagen na factuurdatum, op de door De Stichting voorgeschreven wijze. De Stichting is steeds gerechtigd volledige of gedeeltelijke vooruitbetaling van de overeengekomen prijs te vorderen. De Stichting is nimmer verplicht uitvoering te geven aan de overeenkomst dan nadat de vooruitbetaling volledig is voldaan.

3.   Indien betaling middels automatische incasso is overeengekomen, is De Stichting gerechtigd redelijke administratiekosten in rekening te brengen indien het verschuldigde bedrag niet automatisch kan worden geïncasseerd, dan wel gestorneerd wordt. In dat geval is de wederpartij gehouden de betaling, inclusief administratiekosten, middels overboeking te voldoen, binnen de factuur vermelde termijn en op de door De Stichting voorgeschreven wijze.

4.   Indien geen tijdige betaling plaatsvindt, treedt het verzuim van de wederpartij van rechtswege in. Vanaf de dag dat het verzuim intreedt, is de wederpartij over het openstaande bedrag de dan geldende wettelijke rente verschuldigd.

5.   Alle redelijke kosten, zowel gerechtelijke, buitengerechtelijke als executiekosten, gemaakt ter verkrijging van de door de wederpartij verschuldigde bedragen, komen voor haar rekening.

ARTIKEL 12. | AANSPRAKELIJKHEID EN VRIJWARING

1.     De Stichting voert alle diensten uit naar beste inzicht en vermogen, doch verbindt zich uitsluitend tot een inspanningsverbintenis. De Stichting is nimmer aansprakelijk voor schade geleden door de wederpartij of derden die niet het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van De Stichting.

2.     De Stichting draagt, onverminderd het bepaalde in het overige van deze algemene voorwaarden, geen aansprakelijkheid voor schade in verband met of schade die veroorzaakt is door:

§  een onjuistheid in de door de wederpartij verstrekte gegevens;

§  iedere andere tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de wederpartij die uit de wet, de overeenkomst of deze algemene voorwaarden voortvloeien;

§  een andere omstandigheid die niet aan De Stichting kan worden toegerekend.

3.   Onverminderd het bepaalde in het overige van deze algemene voorwaarden bestaat aansprakelijkheid van De Stichting voor herstelbare tekortkomingen niet eerder dan nadat de wederpartij De Stichting in de gelegenheid heeft gesteld deze schade te herstellen, bij gebreke waarvan er voor De Stichting ter zake geen enkele aansprakelijkheid voortvloeit.

4.   De Stichting aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade geleden door de wederpartij of derden, welke schade toerekenbaar is aan derden die al dan niet door De Stichting direct of indirect bij de uitvoering van de overeenkomt zijn betrokken.

5.   De Stichting is nimmer aansprakelijk voor indirecte schade. Indien ondanks het bepaalde in deze algemene voorwaarden toch aansprakelijkheid van De Stichting bestaat, is De Stichting uitsluitend aansprakelijk voor directe schade. Onder directe schade wordt uitsluitend verstaan:

§  de redelijke kosten ter vaststelling van de oorzaak en de

omvang van de schade, voor zover de vaststelling betrekking

heeft op schade die in de zin van deze algemene voorwaarden

voor vergoeding in aanmerking komt;

§  de eventuele redelijke kosten gemaakt om de gebrekkige

prestatie van De Stichting aan de overeenkomst te laten beantwoorden, voor zover deze aan De Stichting toegerekend kunnen worden;

§  redelijke kosten, gemaakt ter voorkoming of beperking van

schade, voor zover de wederpartij aantoont dat deze kosten hebben geleid tot beperking van de schade die in de zin van deze algemene voorwaarden voor vergoeding in aanmerking komt.

6.   De verjaringstermijn van alle vorderingen en verweren jegens De Stichting bedraagt één jaar.

7.   De wederpartij vrijwaart De Stichting voor schade als gevolg van onjuistheden in de door of namens haar opgegeven informatie en de door de wederpartij verlangde werkwijzen. De wederpartij vrijwaart De Stichting overigens van alle aanspraken van derden in verband met de uitvoering van de overeenkomst door of namens De Stichting.

ARTIKEL 13. | GEHEIMHOUDING

1.   Tenzij de wederpartij hiervoor toestemming geeft, of indien de aard of de strekking van de te verlenen diensten zich tegen toepassing verzet, zal De Stichting alle informatie die rechtstreeks verband houdt met de persoon van de wederpartij, nabestaande of de overledene geheimhouden.

2.   Informatie geldt als vertrouwelijk indien dit door de wederpartij is gemeld of indien dit uit de strekking van de informatie voortvloeit.

3.   De vorige leden zijn niet van toepassing indien een wettelijk voorschrift of gerechtelijke uitspraak De Stichting verplicht tot het verstrekken van de in dit artikel bedoelde gegevens aan derden.

ARTIKEL 14. | SLOTBEPALINGEN

1.   Op elke overeenkomst en alle daaruit tussen partijen voortvloeiende rechtsverhoudingen is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

2.   Alvorens een beroep te doen op de rechter zijn partijen verplicht zich optimaal in te spannen het geschil in onderling overleg te beslechten.

3.   Voor zover de wet daarvan niet dwingend afwijkt, wordt uitsluitend de bevoegde rechter binnen het arrondissement van de vestigingsplaats van De Stichting aangewezen om van geschillen kennis te nemen.